De afgelopen weken als interim-directeur zijn intens geweest. Niet omdat er direct grote besluiten genomen moesten worden, maar omdat vrijwel elke vraag die op me afkwam meer was dan wat zich aan de oppervlakte liet zien.
Ik merkte al snel: dit is geen fase van snel weten.
Dit is een fase van leren kijken.
Ik kwam situaties tegen die vroegen om handelen. En dat heb ik ook gedaan. Er zijn interventies gepleegd, keuzes gemaakt, ondersteuning georganiseerd. Niet alles laten liggen, niet afwachten tot het vanzelf zou stabiliseren. Tegelijkertijd voelde ik bij bijna elke stap de spanning tussen twee bewegingen: reageren op wat nú speelt, en vooruitdenken naar wat er straks nodig is.
Wat deze eerste weken voor mij zo analyserend maakte, is dat veel vragen twee lagen hadden. Een zichtbare laag, waarin iets geregeld moest worden. En een onderliggende laag, waarin het ging over draagkracht, continuïteit en kwaliteit op de langere termijn. Over hoe het systeem nu functioneert — en waar het kwetsbaar is.
Ik heb mezelf regelmatig moeten afremmen. Niet omdat ik geen ideeën had, maar omdat ik wilde voorkomen dat ik te snel zou bouwen. Ik heb veel tijd besteed aan wegen: welke interventies stutten het systeem tijdelijk, zodat er lucht ontstaat? En welke vragen moeten juist nog even open blijven, zodat ik beter kan begrijpen wat hier structureel nodig is?
In deze fase voelt mijn rol soms alsof ik met steigers om een bestaand gebouw heen sta. Niet om het al te verbouwen, maar om het veilig te maken om goed te kunnen kijken. De interventies die ik doe, zie ik daarom niet als oplossingen, maar als steunconstructies. Ze geven rust, tijd en overzicht. Voor het team, maar ook voor mij, zodat ik mijn rol beter kan pakken: observeren, analyseren en zorgvuldig ontwerpen, in plaats van voortdurend in de reactie te schieten.
Ik kijk daarbij niet naar het hele eindontwerp. Ik kijk tot aan de volgende draagbalk. Dat is voorlopig genoeg. Wat vraagt deze situatie nu, zonder het geheel al vast te zetten? Welke keuze helpt vandaag én houdt morgen open?
Wat mij helpt in deze fase, zijn kleine signalen. Zo kreeg ik een bericht van een collega die schreef dat ze ervaart dat er weer ontspanning in het team komt. Dat er weer gelachen wordt met elkaar, tot tranen toe zelfs. Dat raakte me. Niet omdat het bevestigt dat “het goed gaat”, maar omdat het iets vertelt over wat er gebeurt als er tijdelijk meer helderheid en ondersteuning is.
Voor mij is dat geen eindpunt, maar informatie. Het laat zien hoe gespannen het systeem blijkbaar was. En hoe snel er ruimte ontstaat wanneer er iets wordt gestut wat eerder wankelde.
Mijn rol als interim-directeur
Tegelijkertijd ben ik zelf nog volop aan het leren in deze rol. Ik leer hoe snel mijn eigen reflex is om te willen begrijpen, verklaren of vooruit te lopen. Ik leer wanneer ingrijpen helpend is en wanneer het juist belangrijk is om nog even te blijven kijken. En ik leer dat het oké is om het nog niet precies te weten.
De komende weken zie ik mijn rol steeds scherper als die van architect in wording. Niet iemand die meteen het eindbeeld tekent, maar iemand die onderzoekt waar het ontwerp versterking nodig heeft. Welke structuren dragen al, en welke vragen om versteviging? Waar helpt tijdelijke ondersteuning, en waar vraagt het straks om een fundamentelere keuze richting de zomer?
Ik weet nog niet hoe het geheel eruit zal zien. En eerlijk gezegd voelt dat nu ook passend. Deze fase vraagt niet om antwoorden, maar om scherpte, nieuwsgierigheid en het vermogen om de juiste vragen te blijven stellen.
Welke interventies gebruik jij om het systeem te stutten, zodat je kunt blijven kijken in plaats van steeds te reageren?

